In dit badje varieert de diepte van 45 cm tot 110 cm. Afhankelijk van het kind en de zwaarte van de oefeningen wordt uw kind in een bepaalde diepte geplaatst.
Naast al de oefeningen in het tweede bad, is het moeilijkste onderdeel in bad 3 de combinatie.
De schoolslag bestaat uit de combinatie van de armslag en de beenslag.
Als de beenslag vloeiend gaat en het kind een aantal beenslagen achter elkaar kan, dan wordt er een begin gemaakt met de armslag.
Dan wordt het vaak moeilijk voor het kind, armen en benen maken tegenstrijdige bewegingen.
Benen langzaam buigen, maar gelijk de armen krachtig zijwaarts. En vervolgens pipo-voeten en dan armen rustig en benen "stevig" sluiten.
De kinderen raken dan soms in de war en gaan ineens de armen tegengesteld aan de juiste manier bewegen.
Drijven, borstcrawl en rugcrawl worden ook herhaald. Daarnaast wordt er ook geoefend met onderwaterzwemmen.
Maar ook het in het water voorwaarts springen , zijwaarts laten vallen en " gaan zitten op de onzichtbare stoel" (vraag maar aan uw kind wat dat is !).
Dit zijn allemaal oefeningen die te maken hebben met het survival onderdeel van het Zwem-ABC.
Als u kind al deze vaardigheden kan, dan gaat hij/zij over naar het laatste badje bij de instructie-uren.